de plannen

Vanaf 1968 werkte het duo Van Eyck en Apon aan experimentele plannen als basis voor De Maten. Ze misten echter de gewenste bewegingsvrijheid om experimentele woningbouw te kunnen toepassen. Begin 1970 werd de opdracht daarom overgedragen aan stedenbouwkundigen Liesker en Stigter, die deze plannen verder uitwerkten en deze later datzelfde jaar nog konden presenteren.

"Maten", toen nog zonder het voorzetsel "De", zou in de plannen van Liesker en Stigter 9.000 woningen tellen waarvan vrijwel alles laagbouw was. Eénzevende deel van de wijk zou uit groen bestaan. Om de integratie tussen het erf en het vele groen te bevorderen kon iedere Matenaar een gratis boom van de gemeente krijgen. In latere plannen werden 2.000 woningen toegevoegd, waarvan het merendeel in de huidige Matenhoeve staat. Dit ging ten koste van een deel van het groen. Desondanks is De Maten nog steeds de groenste wijk in Apeldoorn.

Het zuidelijke deel van de Gildenlaan ontbrak nog op deze plannen; in plaats van de Matenring waren de hoofdwegen vertakt als een stemvork. Midden door de buurten lag een groenpromenade, het zogeheten "buurtmidden", dat de kromming van de stemvork volgde. Het enige wat er van het buurtmidden is overgebleven zijn de grote grasvelden waar de scholen in de oudere buurten, de Dreven, de Horsten en de Donken, omheen staan.

Het duo liet zich verder inspireren door de Assense wijk Angelslo, waar woonerven voor het eerst in Nederland zijn toegepast. Het buurtmidden en woonerven waren de belangrijkste technieken om de werelden "mens" en "auto" zoveel mogelijk van elkaar te scheiden. De auto kwam op de tweede rang. Helaas bleek na een reeks aanrijdingen in de jaren '80 waarvan sommige met dodelijke afloop dat het systeem toch niet helemaal soepel verliep. Nadat de wijkraad actie ondernomen heeft is de verkeerssituatie flink verbeterd.

In 1972 ging men uit van de gedachte dat "het is te verwachten dat in de toekomst elke duizend inwoners van Maten samen vierhonderd auto's hebben." Voor iedere 4 woningen zouden 5 parkeerplaatsen beschikbaar zijn, ofwel 1,25 auto's per woning. Inmiddels ligt die verwachte "toekomst" ver achter ons en licht het gemiddelde op 1,6 auto's per woning. Hoewel er in het kader van de beheervisie een aantal nieuwe parkeerplaatsen zijn aangelegd blijft de parkeerproblematiek aanhouden.

Zie voor meer informatie:
Bureau Voorlichting Apeldoorn (1972). Mensen in Maten. Apeldoorn: Gemeente Apeldoorn.